Ik heb een foto van mijzelf in de zandbak. Heel geconcentreerd speel ik met het zand op het omgekeerde wiel van mijn step. Al draaiend ‘maal ik het zand’. Ik ga er helemaal in op.
Deze foto is mij dierbaar omdat hij me ooit hielp als anker voor mijn Innerlijk Kind. Of eigenlijk voor mijn Voedende Ouder die tegen Lietepietje zegt: ,,Ga maar in de zandbak spelen, je hoeft niet voor je moeder te zorgen.” Nu is mijn moeder al lang geleden overleden dus die zorg hoeft niet meer maar het patroon is soms nog hardnekkig.
Nu schrijf ik vaak over hoe fijn ik het vind om in mijn volkstuin te werken. Lekker spitten, zaaien, oogsten, er is altijd wel wat te doen. Ook in de winter. Zo kreeg ik deze winter een nieuwe uitbreiding aan mijn bestaande tuin. Ik had grootse plannen en liep in eerste instantie veel te hard van stapel waardoor het geen ontspanning meer was maar een stressproject. Oh, wat vond ik dat zonde! Gelukkig was ik me ervan bewust en keerde het tij ook weer in de kerstvakantie. Sindsdien ben ik echt heerlijk in mijn ‘volwassenen-zandbak’ aan het spelen! Ik realiseerde me pas onlangs dat mijn volkstuin voor die ontspanning staat. Voor niemand hoeven zorgen, volkomen vrij zijn in mijn spel. Heerlijk!
Ik heb een aantal donkere weken achter de rug. Ik was ziek en voelde me doodmoe en daar doe ik het nooit goed op. Ik voel me dan kwetsbaar en onveilig in mijn bestaan. Ik ben bang dat ik het niet red. Leven.
Nu sprak ik hier met mijn broer over en we deelden de ervaring dat we zo druk bezig zijn met leven, vanuit een soort moeten, omdat we anders denken de verbinding missen. Met het leven, met de mensen om ons heen. Maar afgelopen zomer heb ik ervaren dat ik, ook zonder al die activiteit, juist heel erg in verbinding ben. Met mijzelf wel te verstaan. En als ik met mijzelf verbonden ben, ben ik vanzelf verbonden met de ander, met het leven. Ik hoef daar dus niets voor te doen.
Blijkbaar was ik die moeiteloze verbinding toch weer kwijt geraakt en werd ik dus ziek. En voelde me kwetsbaar en onveilig. Ik bracht deze ervaring in bij een opstelling die ik in het kader van mijn opleiding deed. Ik werd – niet voor de eerst keer – geconfronteerd met mijn moeder, inmiddels alweer ruim 30 jaar overleden en tot mijn verrassing werd mij gevraagd haar los te laten, haar te laten gaan. Alsof ik haar nog hier op aarde vasthield, zo voelde het. Daarna werd ik uitgenodigd om te zeggen: ,,Ik leef”. Dit verraste en ontroerde me. Alsof ik, uit een soort loyaliteit, of vanuit de symbiotische relatie die ik met haar had, toen een beetje met haar mee was gestorven. Dat vond ik wel schokkend.
Zonder precies te begrijpen wat er allemaal in de opstelling gebeurde – ik voelde ook nog een parallel met mijn rouw om Hans – was de vermoeidheid op slag verdwenen. Wat is dit intuïtieve werk toch wonderbaarlijk! En ik voel hoe Hans vanaf de zijlijn meegeniet. Heerlijk om zijn nabijheid weer te kunnen voelen. Ja, zo ging dat toch met verbinding?
Ik las een mooie zin: ‘De kunst is om de polariteiten niet als tegenstellingen te zien, maar als realiteiten die naast elkaar bestaan. […] Eenheid en dualiteit zijn niet tegengesteld aan elkaar, maar verschillende realiteitsfrequenties die op hetzelfde moment plaatshebben.’
“We zijn heel én gebroken”, staat er ok nog bij. En dit laatste voel ik eigenlijk door mijn hele rouwperiode over het verlies van Hans heen. Ik voel me in mijn kern zo rustig en vol vertrouwen maar het verdriet kan me ook helemaal meenemen de diepte in. Met name als ik bedenk hoe eenzaam Hans in de laatste fase is geweest. Ik heb me daar zo schuldig over gevoeld maar daar kon ik de laatste dagen aan voorbij door hardop tegen hem te zeggen dat het me zo spijt dat ik die eenzaamheid niet heb kunnen oplossen voor hem. Dat was een mooie ontdekking. Door mijn spijt hardop te uiten, smolt het schuldgevoel weg. Door de schaduw in het licht te zetten, smelt de schaduw weg.
Maar nu gebeurde er nog iets moois. Ik was opnieuw zo verdrietig en zei nog eens hardop dat het me zo speet, en toen hoorde ik (niet letterlijk, meer een innerlijk horen) Hans zeggen: ,,Je hoeft hier niet verdrietig over te zijn, met mij gaat het heel erg goed.” En ook: ,,Je verdriet (en spijt) gaat eigenlijk niet over mij maar over jouzelf.” Het grappige was dat ik hem zo herkende in deze tekst. Hij zei de laatste tijd altijd al dat ik niet verdrietig moest zijn. Ik begreep dat toen niet.
Ik was hier nu even stil van en ik besefte dat het waar was. Ik voelde me bevrijd van de taak om Hans’ eenzaamheid op te lossen en waarin ik had gefaald. Ik begreep dat ik alleen verantwoordelijk ben voor mijzelf. En dat is een taak waar ik wél iets mee kan. Ik kan naar binnen keren en het verdriet over mijn eigen eenzaamheid toe gaan laten. Dáár moet ik blijkbaar mee aan de slag, dáár zit de heling. En die eenzaamheid gaat dieper dan in de laatste periode met Hans. Het is een eenzaamheid die ik al mijn hele leven, diep verborgen, in mij draag. Ik vind dit een hele mooie uitnodiging.
Een oud student stuurde mij een boek toe, ‘Het bevuilde nest’ van José Al, met de toevoeging dat het hem zo diep had geraakt. Ik was erg benieuwd, het zag er prachtig uit, en sloeg het verwachtingsvol open. Maar toen ik een paar regels las kreeg ik de kriebels, en dacht: “Ja hoor, weer een boek over kindermisbruik, dat weet ik nu wel.” Ik schaamde me een beetje voor die gedachte. Maar ik voelde ook een enorme verstikking. En dat gevoel kon ik niet direct plaatsen.
Toen ik het gevoel even liet bezinken, realiseerde ik me dat ik mij als kind net zo verstikt heb gevoeld. Verstikt in de verwachtingen die ik continu voelde van mijn omgeving. Ik begreep die verwachtingen niet maar voelde wel dat ik aan ze moest voldoen, anders zou ik teleurstellen. En omdat ik ze niet begreep wist ik ook niet hoe ik eraan moest voldoen. Ik realiseerde me dat ik het verstikte gevoel van toen op het nu plakte. In het openslaan van het boek projecteerde ik blijkbaar ook een onuitgesproken verwachting: Dit moet je lezen en er iets mee doen.
Ik vertelde hierover aan een studiegenoot en zij hoorde in mijn verhaal een verlangen naar vrijheid. Als tegenhanger van het verstikte gevoel. Ja, dat herken ik al mijn hele leven. Maar ik besefte ook dat ik dat verlangen altijd had afgedaan als onvolwassen. Ik ‘nam geen verantwoordelijkheid’ en dat soort oordelen. Als kind voelde ik mij zelfs al schuldig als ik mij op de wc verschool als er bij de afwas geholpen moest worden. Wat echter nieuw voor me was, was het besef dat dat vrijheidsverlangen juist een heel gezond stuk in mij is. Heel authentiek eigenlijk. En ik begreep dat ik hiermee mijn verlangen vrij maak. Ach, besefte ik vervolgens, en dan hoef ik er ook niet meer voor te vechten. Wow, dat vechten, ook dat herken ik als levensthema.
Tot slot, om de cirkel rond te maken, besef ik nu dat dat vechten van mij soms krampachtig kan zijn. Met onhandige gevolgen van dien. Maar nu ik vrij ben, kan ik die vrijheid VRIJwillig opgeven. Dan kan ik mij vanuit vrijheid aan de afwas wijden!
Als noot: Ik begrijp nu ook, op een veel diepere laag, mijn rechtenstudie destijds. Ik studeerde af in het Strafrecht want ik had een fascinatie voor de gevangenisstraf. De vrijheidsberoving ervan raakte me in mijn ziel en daar wilde ik iets aan doen. Eigenlijk houd ik me nu nog steeds bezig met de bevrijding van de mens. Maar dan op een innerlijk niveau.
Ik leerde ooit dat je, naast rouwen om wat je verloren bent, ook kunt rouwen om dat wat er niet was. En ja, zo ervaar ik dat nu ook.
Ik leer veel over rouw nu, met name door het te ervaren en ook door gesprekjes met mensen die het ook hebben meegemaakt. Boeken lees ik er niet over, daar heb ik de concentratie niet voor.
Ik ervaar mijn rouw om wat er wel was als een zoet verdriet. Klinkt gek misschien maar zo is het. Ik weet nog, toen ik een jonge vrouw was, dat een buurvrouw van ons haar man verloor. Ze waren nog zo jong. Het leek me zó vreselijk, onoverkomelijk eigenlijk. Maar het ging heel goed met haar. En dat kwam, zo leerde ik toen, omdat ze een goede relatie hadden gehad. Ik ben dat nooit vergeten. Indrukwekkend vond ik dat.
Ik denk daar nu vaak aan. En ja, er is naast het zoete verdriet ook rauw verdriet, waar ik intens om kan huilen. Heel diep in mijn lijf voel ik dat. En dat gaat dan steeds over de periode dat Hans ziek was. Dat hij langzaamaan steeds verder naar binnen keerde. Wat was dat eenzaam. Voor hem en voor mij. We konden het er bijna niet over hebben. Dat was onderdeel van het terugtrekproces maar het kwam ook doordat Hans zijn taalvaardigheid steeds verder achteruit ging, onderdeel van de Lewy Body dementie. In zijn hoofd bleef het helder maar het kwam er niet meer uit. Ook niet geschreven en uiteindelijk ook niet meer via ‘omweggetjes’. Een ander schrijnend verdriet is dat Hans waarschijnlijk in stilte al jaren vocht tegen het verlies van zijn kunnen. Hij haalde het uit zijn tenen om voor mij te kunnen blijven zorgen maar dat lukte steeds minder. Oh wat vind ik dat pijnlijk als ik daar aan terug denk! En ik mocht of kon niet helpen.
Terug naar de titel. De rouw om wat er was, onze liefde, onze verbinding, is bij mij dus zoet. De rouw om wat er niet (meer) was, zijn gezondheid, is bij mij rauw. En dat de zoete rouw zoet is, komt omdat Ik Hans, zoals hij altijd was, niet kwijt ben. In tegendeel, hij zit in mij, werkt door mij heen. Ongefilterd en krachtig. En ook steeds meer onpersoonlijk, steeds meer als een spiritueel gegeven. Ik blijf daar zoveel troost uit putten dat de rouw, die elk moment bij mij is, toch meer zoet is dan rauw.
Ik weet niet meer van wie deze uitspraak komt en hoe die bedoeld is maar hij blijft oppoppen, dus.. dan is dat de titel van deze column.
Ik heb net mijn driejarige mediumopleiding afgerond en wat een plezier en groei heb ik daarin meegemaakt. Maar het was ook een intense periode. Ook omdat de opleiding samen viel met Hans zijn ziekte en sterven. Ik heb wonderlijke dingen meegemaakt. Ik schreef al eerder over hoe Hans ‘doorkwam’ in mediumcontacten en hoe troostend dat was. Ik voel zijn aanwezigheid eigenlijk elk moment. Naast het verdriet om het proces van aftakeling van de afgelopen jaren.
Wat ik de afgelopen weken sterk ervaar is dat Hans ook ‘door mij heen’ werkt. Niet dat ik Hans zijn stem hoor die me vertelt wat ik moet doen of zeggen maar ik voel een innerlijke kracht, waarvan ik verrast ben dat ik die in mij heb, zo krachtig, zo ongefilterd, zo ondubbelzinnig als waar voelend. Ik merk dat in mijn privé, daar schreef ik al eerder over, maar nu ook in mijn werk. Eigenlijk sinds ik dat weer heb opgepakt na Hans’ overlijden.
Mijn twijfels, of ik het wel goed doe, maken steeds meer plaats voor vertrouwen dat ik goed ben zoals ik ben. En waar ik eerder in mijn leven mij sterk liet leiden door de autoriteit buiten mij, en daar hoorde Hans ook bij, voel ik nu meer vertrouwen op de autoriteit in mij en een blijvend verlangen om daar in te groeien. Een groot verschil tussen die twee is dat ik, als ik leun op de autoriteit buiten mij, ik in mijn hoofd ga zitten en van daaruit – hard werkend – probeer te handelen naar die autoriteit. (Zo heb ik dat als klein meisje aangeleerd.) Maar leun ik op de autoriteit in mij, dan gaat het moeiteloos en vol vertrouwen. Die innerlijke wijsheid is veel groter dan wat er in mijn hoofd zit. Die wijsheid zit ook in mijn hart en in mijn buik en eigenlijk is er geen grens tussen mijn innerlijke wijsheid en de wijsheid die veel groter is dan ‘mij’. Ik voel dan ook vaak mijn hart vergroten, alsof hij te groot is voor mijn lijf, en samensmelt met de liefde die in en om ons heen is.
Ik merk aan de – vaak pijnlijke – intensiteit van mijn verlangen om op die innerlijke wijsheid te vertrouwen, de diepte van het trauma van toen ik het heb afgeleerd. Maar die intensiteit drijft mij ook voort op mijn pad, steeds maar door en door om te groeien in dat vertrouwen. En de blijdschap als ik merk dát ik weer ben gegroeid is navenant intens!
Het mooie is bij dit alles dat ik Hans zijn invloed, zijn kracht niet bij het vuilnis heb gezet maar dat ik merk dat deze nu meer dóór mij heen helpt. Niet meer zo persoonlijk, “hé dit is Hans”, maar als deel van die eenheidskracht. Zo blijft hij mij steunen, ook vanaf de andere kant.
Ik heb nu al weer twee jaar mijn volkstuin en begin aan mijn derde tuinseizoen. Elk jaar durf ik meer. Zo ben ik nu aan het voorzaaien in de vensterbank en de eerste tuinbonen staan al in de grond.
Ik heb alleen geen groene vingers want ik heb echt geen modeltuin. Mijn preitjes blijven dun en de spruiten blijven klein. En ik blijf aan de ervaren tuinders om advies vragen. Wat elke keer dezelfde, elkaar tegensprekende adviezen oplevert. Toch eet ik nu, in maart, nog steeds uit mijn tuin. Ook mijn groenlofjes, al blijven ze klein, hebben de vorst overleefd. En tot mijn stomme verbazing komen de tomatenzaadjes massaal boven de grond. Van zelfgeoogste zaadjes wel te verstaan. Dat zou nogal moeilijk zijn maar het gebeurt toch maar gewoon. Zo ook het zelf laten ontspruiten van de zoete aardappel. Het gebeurt!
‘Jaaa, geluk gehad’ denk ik dan. Want mijn overtuiging, dat ik geen groene vingers heb, herzien, is veel te eng. Stel je voor dat ik daar zelfvertrouwen in zou krijgen. Dan kan ik door de mand vallen als het toch niet waar blijkt te zijn.
Die angst om door de mand te vallen ken ik maar al te goed. Hij weerhoudt me ervan om, zeker bij nieuwe dingen die ik nog niet helemaal beheers, vol vertrouwen het podium te pakken en om te vertrouwen op mijn eigen wijsheid. Ik blijf dan advies vragen en twijfelen bij tegenstrijdige adviezen. Heel vermoeiend eigenlijk.
Nu kreeg ik vorige week een sessie ‘Psych-K’ cadeau (in ruil voor een mediumsessie). Dat is een soort mix van Therapeutic touch en EMDR, vrij vertaald. We werkten aan de affirmatie ‘Ik laat los wat een ander van mij vindt’. Nogal fundamenteel vond ik. Ik ben dan ook reuze benieuwd welk podium ik dit jaar ga durven nemen!
Ik heb vaak een hol gevoel van binnen nu Hans er niet meer is. Als ik alleen thuis ben of terug kom van mijn tuin zonder dat Hans mij voor het keukenraam staat op te wachten, voel ik een leegte in mijn buik. Zelfs chocola kan dat gat niet vullen heb ik gemerkt. :-). Gelukkig kan ik wel genieten van leuke dingen doen. Ik heb nu meer tijd en besteed die goed door naar vrienden te gaan, naar musea, concerten en de film.
En hard werken in de buitenlucht doet mij goed. Dat weet ik en toch gá ik weinig. Ik ben dan druk met regeldingen thuis. Niet alleen vanwege Hans zijn overlijden maar gewoon om het leven draaiend te houden. En het gevoel wat ik dan heb is: ‘Voor wie doe ik dit allemaal?’ Niet meer voor Hans. Iemand had het over een nestje bouwen samen. Ja, dat, er is niemand meer om mijn nestje voor te bouwen.
En toch, toen ik na een nogal beroerde kerstvakantie ’s avonds weer in een half donkere kamer zat, want voor wie zou ik al die lampen aandoen als ik er toch maar onder één zit, besloot ik dat die donkerte niet goed was voor mijn ziel. Dus nu branden er weer allemaal gezellige lampen en dat doet me goed.
Dat brengt mij op het volgende. Hans helpt mij om het leven steeds weer lichter te zien. Hij riep al jaren dat alles goed komt en ik vond dat een beetje makkelijk eerlijk gezegd maar nu vóel ik het ook in de ‘signalen’ die ik van hem krijg. Ik noem er een paar. Ik voel soms Hans zijn handen in mijn rug als ik ergens assertief op reageer zonder veel getob of ik dat wel zo mag zeggen. Hans kón dat altijd al, jaloersmakend vond ik dat. En laatst vertelde een vriendin dat ze bij een mediumdemonstratie was waar Hans contact met haar zocht en ‘vertelde’ over het grote feest wat we nog vierden, terwijl hij al wist dat hij binnenkort wilde en zou gaan sterven. Er zat voor mij een boodschap in: het was goed, maak je geen zorgen of je er goed aan hebt gedaan. Zo grappig dat ik dat bij leven niet van hem aan kon nemen en nu wel, via boodschappen van de andere kant. Hoe dat toch werkt! En tot slot zag ik Hans in een heel grappige meditatie. Hij was in de zielenwereld, in het hiernamaals, en helemaal in zijn element met een groep familieleden van mij die hij als groepsleider deskundig en liefdevol leidde in een groepsgesprek. Je moet weten dat deze familie (inmiddels allemaal overleden) altijd met oud en nieuw bij elkaar kwam. Dan zaten mijn ooms en tantes in de kring, zoals ze dat van huis uit hadden meegekregen, en vertelden elkaar over hun afgelopen jaar. Dat was dierbaar aan de ene kant maar ik vermoed ook dat er veel oordelen en hardheid onderhuids meespeelden. Dat Hans hier gewoon verder ging met zijn liefdevolle werk als coach en trainer, hoe verzin je het!
Kortom, naast de sjeu die ik kwijt ben, zijn er ook veel lichte signalen. Dat houdt de boel wel een beetje in evenwicht voor dit moment.
We gaan Hans’ lichaam teruggeven aan moeder aarde en bedekken hem met haar liefdevolle deken.
Drie maanden geleden besloot Hans dat hij zijn einde niet wilde afwachten. De gevolgen van de Lewy Body dementie waren voor hem zo moeilijk dat hij besloot om te gaan stoppen met eten en drinken. Hij is hier intensief en liefdevol in begeleid door familie, vrienden en de zorginstelling waar hij sinds maart woonde.
In de nacht van 4 november overleed Hans om 2.30, rustig en samen met mij en de kinderen.
Die ochtend kreeg ik nog de ‘gouden kus’. Ik had die niet meer verwacht, zo ver weg was hij al. Ook de kinderen hebben nog een dierbaar afscheidsmoment met hem beleefd.
In plaats van treuren om wat er niet meer komt, voelde ik vorige week opeens een diepe dankbaarheid voor wat er wél is geweest: 25 liefdevolle jaren samen. Op die herinnering kan ik teren.
Om maar met de deur in huis te vallen: het gaat niet goed met Hans. Hij wordt zo moe, zo moe. Hij kan bijna niet meer en verlangt ook wel naar het einde van deze lijdensweg. Dus daar praten we dan ook over.
Aan de ene kant is dat heel heftig, waar hebben we het over? Ik dacht dat we nog wel een aantal jaren zo vredig door konden gaan. Hij in goede handen in huize Valckenbosch en ik uitgerust thuis. Zo kon onze relatie weer opbloeien. En dat gebeurde ook maar ik realiseerde me wel dat dat mijn kant van het verhaal was. Want Hans blijft ziek en die ziekte sloopt hem langzaam maar zeker. Of beter, dat gaat eigenlijk zo hard dat we het amper bij kunnen sloffen.
Dus hebben we het over de toekomst. Voorzichtig en ook (niet) verrassend open. Ja zo kennen we elkaar. Openheid voor alles. Dat was en is dus gelukkig nog steeds onze basis.
En in die openheid weten we van elkaar dat, waar en wanneer dit leven ook eindigt, wij, onze essentie niet weggaat. En daarmee onze verbinding niet weggaat. Ik heb daar een rotsvast vertrouwen in en Hans ook. Dat geeft ons beiden een enorme troost en steun. Dat maakt dat we deze nieuwe fase vol vertrouwen ingaan. Ook deze fase gaan we gewoon doen. Samen zoals we alles samen doorwerkten.
Al het werk wat we de afgelopen 25 jaar hebben verzet, samen en ieder apart, betaalt zich nu uit, zo voelt het voor mij. We zijn er klaar voor. Nee eerlijk zijn: ik voel me er klaar voor en hoe dat voor Hans is weet ik natuurlijk nooit helemaal zeker. Maar ik weet wel dat hij ook een rotsvast vertrouwen heeft in wat er ‘aan de andere kant’ is.
Tegelijkertijd, in het aardse, lijfelijke bestaan voel ik de klok tikken en in mijn nek hijgen. Hoe lang hebben we nog? Maar ik voel steeds als ik die adem voel dat dat maar een deel van mij is. Het vertrouwen en de tijdloosheid, waar geen klok tikt, is er altijd en die houdt mij stevig op de been.
We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. Bekijk voor meer informatie de Privacyverklaring.OkéNeePrivacyverklaring