Eerst verbinden of eerst positie innemen?

In een bijscholing vorige maand leerde ik dat wij hulpverleners – maar dat geldt voor heel veel mensen denk ik – eerst verbinden en dan pas positie innemen. We willen de relatie goed houden (verbinden) en zeggen pas daarna wat we willen of voelen (positie innemen).
Dat betekent echter dat we ons, in die verbinding, vaak al deels hebben ‘weggegeven’ en dus onze positie eigenlijk niet goed meer in kunnen nemen. We weten eigenlijk niet meer wat we nu zelf willen of we durven ons niet uit te spreken uit angst de verbinding te verliezen.

Herken je dat? Nou ik in ieder geval wel. Ik ging er eens op letten en merkte dat ik, bijvoorbeeld in mijn relatie met Hans, vaak in gedoe kom als ik mij uitspreek. Dat wist ik al wel, van dat gedoe, maar ik kon het niet goed keren.  Nu ik erop ging letten, merkte ik dat ik, door te beginnen met verbinding, uít mijn kracht raak als het om de positionering gaat. Ik ga dan soort van smeken of eisen. Ik wil dan eigenlijk dat Hans mij toestemming geeft om mijn positie in te mogen nemen. Zo probeer ik, via de achterdeur van de verbinding, toch te krijgen wat ik wil. Alleen is het geen echte verbinding natuurlijk, verre van.

Wat wél werkt, heb ik nu een paar weken uitgetest, is eerst van binnen verbinding maken met wat ik wil of voel, en mijzelf daar toestemming voor geven, en van daaruit positie in nemen. Ik merk dan dat ik heel rustig en assertief en zonder geheime agenda’s zeg wat ik wil. Ik blijf daarmee heel zuiver trouw aan mijzelf. Krijg ik niet wat ik wil dan heb ik niet zoveel verloren. Ik ben voor mijzelf gaan staan en dat blijkt eigenlijk het allerbelangrijkste te zijn.

De crux in dit alles is dat ik, in die bijscholing, opeens, als een soort diepe ingeving, de toestemming voelde om positie in te mógen nemen. Dat is niet iets wat ik kan oefenen, dat werd me gewoon in de schoot geworpen. Wat ik wel oefen is, elke keer als ik merk dat ik vanuit het oude mechanisme reageer, mijzelf corrigeren – dat gebeurt soms al halverwege mijn ‘smekende’ zin – en opnieuw beginnen. Dan ervaar ik weer hoe enorm krachtig die houding is.
Hoe is dit voor jou? Ik hoor graag jouw ervaring!
 

Kunnen we het even over iets ANDERS hebben?

Ja graag, maar het onderwerp dringt zich op. Ik kom er niet omheen. Aha, en als ik er niet omheen kom, moet ik er dóórheen. Oké, daar gaan we:
Ik ben nu vooral verbaasd eigenlijk. Hoe is het mogelijk dat we hier met z’n allen in terecht zijn gekomen? Hoe bizar, hoe onbegrijpelijk!

Oké…, bevraag ik mijzelf, wat doet het met me dat ik het niet begrijp? Het maakt me onzeker en ik wil graag houvast.Een houvast die me aanspreekt is dat wat er nu gebeurt een voorbereiding is op betere tijden. Crisis als kans dus.
Zou het waar zijn? Is dat niet wat zweverig?
Niet als ik de kansen zie die deze tijd bieden voor een herwaardering van onze ‘verzorgingsstaat’. We veranderen pas als het echt niet anders meer kan.
 
Onlangs kwam een tekening weer langs die ik in maart 2020 maakte. Die ging over de kracht van de diep innerlijke liefde, onpersoonlijk, die alle angsten overwint. En nu lees ik elke dag wel stukjes van mensen die over hetzelfde schrijven: Zoek de liefde op, verspreid de liefde want die overwint alles. Ik geloof het want ik ervaar het. Niet vanuit een suf romantisch idee, maar wel vanuit de ervaring dat ik mijn angsten (nu voor de maatschappelijke ontwikkelingen) niet ontken maar aankijk en zeg: “Ja, ik ben bang”. Niet meer en niet minder. En na verloop van tijd merk ik dat ik niet meer bang ben, dat ik vertrouwen krijg in de toekomst. Dat we hier beter, liefdevoller, zorgzamer uit gaan komen. En dat de tegenstellingen en strijd tijdelijk blijkt te zijn geweest, nodig om samen onszelf te ‘verbeteren’.
 
Cornélie Spijkerboer

Rouw

Auuuuwww, ik voel me rauw.
Aha, ik ben in de rouw. Ja, daar had ik even niet aan gedacht. Ik was al een tijdje boos en bang en verder dan verwijten en slachtofferschap (gelukkig afgewisseld met overgave en rust voelen) kwam ik niet echt.

Tot dat ik, geheel onverwacht in een online bijscholing bij het voorstelrondje in snikken uitbarstte en even niet meer kon stoppen


. Ik vertelde wie ik was en wat ik deed en sprak over mijn praktijk… en dat woordje ‘mijn’ deed de truc want ik was zo gewend om het over ‘onze’ praktijk te hebben. De praktijk die Hans en ik in 20 jaar samen hadden opgebouwd. Ik voelde alleen maar verdriet.
Plaatsen kon ik het niet goed, want Hans was toch al sinds januari met pensioen, eigenlijk? Hier hadden we toch al lang naar toegewerkt? Ja, klopt, maar blijkbaar was er nu pas ruimte voor verdriet. Gewoon puur, zonder redenen. Verlies dus.
De trainer, zelf therapeut, reageerde begripvol en noemde het woord rouw. Ja, zo simpel was en is het. Ik rouw. Niet dat ik het met Hans niet meer over het werk kan hebben, volop nog, maar het is nu niet meer onze praktijk maar mijn praktijk.
 
En dat roept ook andere dingen op: nu moet ik helemaal zelf gaan staan voor wat ik doe en hoe ik het doe. Dat is spannend en naakt, ik kan me niet meer verschuilen achter ‘ons’ maar het opent ook geweldig nieuwe deuren! Ik wordt uitgedaagd om solo het podium te betreden en ongefilterd in mijn natuurlijke autoriteit te gaan staan.
Nou, en daar hoort dus een nieuwe profielfoto bij. Ik ben er blij mee.
 
Cornélie Spijkerboer
 
Nieuwe foto: Maarten Heijer Producties

Echt contact

Heel, heel lang geleden heb ik één maand een kindje gedragen en ook weer losgelaten. Mijn vriend van destijds en ik kozen daar toen zelf voor.

Van deze keus ‘heb ik nooit spijt gehad’, zei ik hier later altijd over. En zo voelt het ook nu nog steeds.
Nu had ik het hier met ‘de vader’, laatst nog eens over, en op mijn woorden dat ik geen spijt had, zei hij dat we het kindje, of zijn ziel – zoals het voor mij meer voelde, ook een welkom konden geven.
 
Daar was ik even stil van, en ben dat eigenlijk nog steeds. Ik voelde mijn hart open gaan en het is zich nog steeds aan het vullen met liefde.
Pas nu maak ik echt contact met het zieltje dat al die tijd nog bij ons is.
 
En met mijn vriendje van toen, voelt het alsof we nu (na 37 jaar!) bezig zijn ons co-ouderschap invulling te geven ;-). Daar is het blijkbaar nooit te laat voor!
 
Heb jij een dergelijke ervaring en voel je je geraakt, laat het me weten.
 
Cornélie Spijkerboer

‘Marco Borsato’ en het ei

Let eens op hoe vaak je een ingeving krijgt die je links laat liggen. Allemaal ruis denken we dan, het hoofd zit er vol mee. Dat is ook vaak zo, maar je kan er ook even bij stil staan en kijken wat het beeld (of woord, geluid, gevoel) je te zeggen heeft. Zeker als het een onverwacht beeld is. Je maakt er dan een ‘reading’ van.

Zo kreeg ik laatst een beeld van een man, hij leek een beetje op Marco Borsato, die richting ons huisje kwam lopen. Hij droeg iets onder zijn arm. Dichterbij komend bleek het een ei te zijn, zo’n grote, waar je iets in kunt stoppen, als een doosje. (Ondertussen zat mijn hoofd er vreselijk tussen en stelde allerlei sceptische vragen maar ik bleef stoïcijns het beeld volgen.) De man legde het ei op het trapje voor de deur. Ik stond binnen en de man verdween weer.
Ik keek naar het ei en wist dat er iets inzat maar maakte het niet open. Toch zag ik met mijn ‘röntgenogen’ dat er iets van goud in het ei zat. Een groepje gouden kleinoden, ik kon niet zien wat ze voorstelden maar had het beeld van een vitrinekastje in een museum. Als een uitgestalde waardevolle schat.
 
Wat betekende het ei en het goud? Bij een ei dacht ik aan nieuw leven, nieuw begin. Bij het goud dacht ik aan een schat, rijkdom, niet zozeer materieel als innerlijk.

Mooi, ik krijg een nieuw begin met innerlijke rijkdom aangereikt. Daar kikkerde ik wel van op.
Maar wat Marco daar nu deed??
 
Nog een noot voor de sceptici onder ons: Ik bedacht naderhand dat ik net een verhaaltje over Marco Borsato had gelezen én ik had op internet een reclame van een groot ei gezien, waar je iets in kon doen. Het ligt dus voor de hand dat die beelden daar vandaan komen. Alleen maakt dat voor de kracht van de reading niet uit. De opgeslagen beelden worden gebruikt door ons bovenbewuste, om bepaalde boodschappen op een voor ons begrijpelijke manier over te brengen.
 
Probeer het eens en laat me weten wat jij vond. Klik hier voor de handout. Je kunt deze downloaden en uitprinten.
 
Cornélie Spijkerboer

Inspiratie-gespetter

Iemand kenschetste mij eens als een Jantje lacht, Jantje huilt. En ja, dat herken ik natuurlijk wel. Heftige ups en downs, dat ben ik. Maar dat ik dat nu in mijzelf waardeer? Nee, er zit nog veel oordeel op. Van oudsher voel ik dat ik dan lastig ben.

Voor deze column ga ik de tekening ‘readen’, dat wil zeggen intuïtief lezen:
Ik tekende bijgaand beeld precies zoals ik het voor ogen had. Op zich al bijzonder vind je niet? Meestal krijg je niet op papier wat je voor ogen ziet… Zo binnen zo buiten dus, stroom, vrije stroom..

Na de tekening schreef ik wat woorden: inspiratie, levensvreugde, verlangen, ontwikkeling en spirit… Blijkbaar wilde ik, dat wat er in de tekening zat nog even onderstrepen, nóg duidelijker maken. Alsof dat al niet duidelijk was :-). Een stevige drive dus om me uit te drukken…Ja, dat past wel bij de tekening op zich. De uitdrukking knalt er vanaf!

Dan de tekening zelf..
Kleur, veel kleur, en veel energie. Energie naar boven, vuurwerk, knallend, maar ook energie in flow, in de onderlaag, etekend in lemniscaatlijnen, golvend.
Het vuurwerk, naar buiten gericht, knalt uit de golven, die ondanks de meer verstilde beweging toch ook volop kleur en wilde beweging is.
Het vuurwerk ontspruit dus uit de flow, de flow is de voedingsbodem voor het knallen.
Interessant! Ik heb altijd een idee (oordeel) dat flow tot rustige beweging leidt en niet zo knalt. Maar… dat past helemaal niet bij mij, zo schreef ik al in het begin.

Het oordeel komt dus tweemaal langs en ik voel, door het pure plezier van de tekening dat ik het oordeel mag gaan heroverwegen..

Ik kijk weer naar de tekening en zie de goudkleurige slinger om de vuurpijlen heen. Bij het tekenen had ik het gevoel de tekening te verpesten. ,,Bah, wat een rare beperkende rand om het vuurwerk’’, dacht ik. Gaat die erover dat ik niet te veel moet knallen, want ‘wat zullen de mensen wel denken’?
Ik sta weer stil en kijk, en dan vallen de gele sterretjes me op. Hé, niet eerder gezien tijdens deze reading!.. Zijn dat sterretjes die toch wel spetteren, ook buiten de beperkende rand, maar dan wat ingetogener? Alsof die wél mogen?
Ja, nu voel ik iets in mijn buik, een onrust, en in mijn keel, wat afgeknepen… Dat betekent dat die raak is.. ik sta hier even bij stil en voel..

Ik kijk weer en zie opnieuw de woorden, en mijn oog valt op het woord Verlangen. Ohh ja, nu is het wel duidelijk denk ik. Mijn verlangen om te knallen, niet ‘rustig’ zen-achtig flowen, daarmee knijp ik mijzelf af, maar knallen, met de nodige schokeffecten (Ow, echt? Ja, die horen bij vuurwerk. Hûh, eng hoor, om daar voor te gaan staan.)
Daar mag en ‘moet’ ik dus voor gaan staan. Die knallen komen uit míjn flow, uit mijn diepe inspiratie. Mijn oordeel en wereldbeeld over hoe flow eruit zou moeten zien, rustig, kabbelend, in balans, mag dus bij de prullenbak. Toch is het schuitje op de tekening ook in balans, maar dan op wilde baren. Ach, deze woorden raken me.. in mijn keel, borst en hart. Een bruisend gevoel van willen uiten. Kort maar krachtig en dan vloeit het af. Het is helder.

Cornélie Spijkerboer

Ben jij wel eens bang voor de dood? Of eerder bang om te leven?

Toen ik eens in een studiegroep vertelde dat ik, ten diepste, eigenlijk bang was voor de dood, zeiden een paar groepsgenoten dat ze zich
afvroegen of ik niet bang was om te leven. Ik weet nog dat ik volledig op het andere been werd gezet: Oh…, uh…, hûh? Hier moest ik even op kauwen.

En vannacht had ik een droom waardoor ik hier aan terug moest denken.
Ik droomde dat ik een piepklein reetje zag, echt nog heel jong, en het speelde vrij en vrolijk in het bos. Ik was diep geraakt, zo puur, zo vol leven.
Toen werd het reetje door een roofdier gepakt. ,,Ohhh,” dacht ik, ,,dat heb je ervan als je zo vrij speelt en niet oplet.”
Wakker geworden, paste ik op de droom de ‘zeven stappenmethode’ toe, en daar kwam het volgende uit: Een sterke gedachte in de droom was dat als je vrij en onbezonnen speelt, dat dat je dood wordt. Wie niet oplet, gaat er aan.
Ik begreep direct dat dit ging over mijn twijfels van de dag ervoor, dat ik graag vrij en speels mijn tijd besteed maar dat ik dan altijd bang ben dat ik daar mijn brood niet mee kan verdienen. En die gedachte maakt mij echt doodsbang.

Terug naar de droomuitleg. Het mooie van de zeven stappenmethode is dat er altijd iets positiefs uit de droom komt, dus ik zocht naar de affirmatie die achter de sombere overtuiging zou kunnen zitten.
Ik moest echt diep zoeken, maar toen voelde ik hoe prachtig het leven van het reetje eigenlijk was geweest. Kort maar krachtig, vrij en puur. Zelfs de doodsstrijd was puur. Zo is nu eenmaal de natuur. Dit maakte me even stil en zo voelde ik hoe de dood bij het leven past, als een natuurlijk iets.

En zo besef ik ook dat het niet de vraag is, of ik bang ben voor de dood óf bang om te leven, maar dat ze hand in hand gaan. Mét mijn angst voor de dood, ben ik bang om te leven. Zolang ik bang ben om mijn brood niet te kunnen verdienen, zal ik niet vrij en speels durven leven.
Vertaald naar de affirmatie: Als ik niet meer bang ben voor de dood, zal ik vrij en speels durven leven.

Nu, dít inspireert mij om mijn angst voor de dood (of mijn broodwinning) in de ogen te kijken want ik wil heel graag voluit leven!

Cornélie Spijkerboer

De big picture

Ik heb een tekening gemaakt waar ik eerst niet veel in kan ‘zien’. Gewoon een ingekleurde slingerbeweging, met wat rechte lijnen er doorheen.
Hiermee stopt de ‘informatiestroom’ en ik laat de tekening voor wat hij is.

Later zet ik de tekening op zijn kant (dan bekijk je het eens van een andere kant :-)) en dan zie ik in de hoek een beigekleurige golf. Een hoge golf die dan de diepte ingaat, in een paarsblauwe kom, wiegend. Het lijkt een soort schuitje. De informatie stopt hier weer even maar dan kijk ik van daaruit weer verder …

Hé, dat is grappig, ik zie dat de tekening op deze manier, stap voor stap, betekenis krijgt. Als ik de ‘big picture’ in één keer wil zien, zie ik weinig en stopt de informatie. Ik besef dat dit een mooie metafoor is voor hoe ik eigenlijk met het leven om ga. Ik wil de big picture zien, alles in één keer begrijpen, maar dat werkt dus tegen mij!

Goed, terug naar de tekening. Wat zie en voel en denk ik nog meer?
Ik zie steeds meer. Vormen, de ronde doorsneden door de scherpe, net zoals het leven, zou je kunne zeggen.

Weer uitzoomend valt nu op hoe kleurrijk de tekening is. En hoe een deel van de tekening wit is gebleven, dat maakt de tekening mooi en spannend!
‘Vertalend’ begrijp ik met een schokje dat het leven ook mooier en spannender is als er witte vlakken in zitten.
Dat had ik niet verwacht. Niks big picture dus.

Het leven ontvouwt zich, stap voor stap, met pieken en dalen, en het is precies goed zoals het nu is, ‘onaf’, niet alles ingekleurd. Dat is spannend en maakt nieuwsgierig, levenslustig!

Cornélie Spijkerboer

Frustratie en geduld

Ik maak een intuïtieve tekening, een mandala.
Pas als hij af is neem ik afstand en ga kijken en voelen en ‘readen’ wat de tekening mij zegt.
Ik zie eerst (rood) aarding, centreren; centreren in de aardse kracht.
(Aarde staat ook voor het vrouwelijke.)
 

Ik zie dan de hartsenergie (groen) fijntjes maar doelgericht en vastbesloten binnendringen in de aardse bloem, als een zaadje, fijngebouwd, met veren om zich op de wind mee te laten stromen, naar zijn/haar bestemming…
De veertjes hebben een geel aura, een gele lichtbol om zich heen, mysterieus. De lichtbol weerhoudt de veertjes om echt in de bloem binnen te dringen, zet de veertjes klem tussen de bloembladeren.
De gele bol staat ook voor de zon, de mannelijke kracht. Past mooi bij de zaadjes die binnen willen dringen.
 
Ik voel frustratie dat de groene zaadjes niet verder kunnen. Ze zijn er bijna en blijven hangen in het luchtledige. Ze treffen geen doel.
Ik voel dat dit de sterkste emotie is op dit moment. 
 
Duiding:
Ik vraag mij af: Welk zaadje treft in mijn leven geen doel, en frustreert?
Het valt me op dat ik direct ‘de vinger wijs’ naar mijzelf. Dat is jammer, én bekend: “wat doe ik niet goed?”
Dus ik herformuleer:
Vraag: Ik wil graag een liefdevolle boodschap in de tekening ervaren, maar zonder de blokkade die ik zie te ontkennen.
Intuïtief antwoord: Ga maar naar de blokkade toe…
Vraag: Gele ballen (die blokkeren) wat is jullie missie?
Antw: De zaadjes op hun plek houden, ingeklemd tussen de bladeren van de bloem.
Vraag: Is het dan niet de bedoeling dat de zaadjes naar binnen zouden gaan?
Antw: Ja, voor de hand liggende vraag. Dat kan zeker zo zijn maar het gebeurt niet, en dat heeft een reden. Zo moet het dus zijn, niets gebeurt voor niets.
Door dit antwoord wordt mijn ervaring bij de tekening anders, het wordt verwachtingsvol, de zaadjes trillend in de lucht, in het licht, alsof ze straks, door de kracht van het licht, afgeschoten kunnen worden.
Zo is het licht een hele mooie metafoor die uitnodigt te wachten op het moois dat straks gaat gebeuren.
 
Nog eens overlezend wat ik heb opgeschreven, voel ik dat ik wacht, mijn harts-energie (en/of mannelijke energie) wacht, om binnengelaten te worden in mijn aardse, vrouwelijke zijn, maar het is nu nog niet de tijd.
Wow, dit raakt me en verzacht me. Ik voelde zoveel frustratie en angst de laatste tijd, dat ik vastzit in zorgen en somberheid. Ik wil daar uit!!! Ik wil de Liefde weer voelen stromen, die vol van vertrouwen is.
Nu voel ik, sterker dan de frustratie, het verwachtingsvolle en het wachten op de kracht die straks vrij gaat komen.
Nou, daar wil ik wel op wachten. dat geeft moed.
 
Cornélie Spijkerboer

Een helende cirkel

Ik vond het een pittig jaar. Ik kan er niet precies de vinger opleggen ‘waarom’ maar ik heb me achtereenvolgens angstig, somber en moedeloos gevoeld. En ook niet ‘zo van die momenten’, maar de hele tijd. Als een deken die over mijn gemoed heen lag.

Omdat ik niet goed kon plaatsen waardoor het kwam en het al helemaal niet kon oplossen, moest ik iets anders verzinnen.
Ik had al snel door dat als ik me focuste op de wereld buiten mij en de oorzaak (en de oplossing) van mijn rotgevoel buiten mij zocht, ik me er alleen maar beroerder door ging voelen.
Ongeacht de omstandigheden, moest ik zelf verantwoordelijkheid nemen voor mijn gevoelens. Telkens weer, telkens weer. Niet bestraffend naar mijzelf, in tegendeel, juist met compassie. Vol erkenning voor wat ik allemaal voelde.

En ik merkte dat het te dragen was, eigenlijk heel goed. Ik raakte niet in paniek en kon in verbinding blijven met, of terugkeren naar, mijzelf en mijn omgeving.
Hierdoor kon ik het proces, wat het ook was, zijn gang laten gaan, in het vertrouwen dat het mij verder brengt op mijn pad. En hier ben ik heel dankbaar voor, hoe gek dat misschien ook klinkt.

Al schrijvend merk ik dat ik in dit proces onbewust een aantal stappen zet die ik steeds herhaal.
Ik zet ze even op een rijtje:

1 Het gevoel (of de gedachte*) mag er zijn.
Het mag er zijn. Het vraagt om gevoeld te worden, in alle eerlijkheid en openheid. Ik veroordeel het niet en als ik het veroordeel is dat ook weer iets wat er mag zijn (*).
Het is mijn gevoel en ik neem de verantwoordelijkheid. Een ander is nooit verantwoordelijk voor mijn gevoel. Dit is heel belangrijk om telkens weer te beseffen.

2 Het hoeft niet opgelost.
Niet door mijzelf én niet door de ander.
Ik vertel mijzelf dit, herinner mij er aan dat dat niet het antwoord is. Ik heb immers ervaren dat ik dan in mijn hoofd ga proberen iets te fixen. Dat is een heel beperkte oplossing, meestal. Sterker nog, ik weet vaak helemaal niet wat nu echt een oplossing is voor het gevoel.
Door ‘op te lossen’ ga ik weg bij het gevoel in plaats van dat het gevoel zelf weg gaat.

3 Ik adem er naar toe.
Ik zoek het gevoel op in mijn lijf. Waar zit het precies, hoe voelt dat? En ik stuur mijn ademhaling er naar toe. Ik adem daarbij zo ruim mogelijk door mijn buik en borst. Ik gebruik daarbij het beeld van een golf of lemniscaat. Bij de inademing golft de lemniscaat van mijn buik naar mijn borst, en bij de uitademing terug naar beneden.
Ademhaling is een heel persoonlijke beleving heb ik gemerkt. Dus wil jij dit ook proberen, pas jouw beeld dan aan bij jouw ademhaling.

4 Ik geef het gevoel over.
Dit doe ik heel letterlijk, in een visualisatie, waarbij ik het gevoel in mijn handen overdraag aan een wijze op een heuvel bijvoorbeeld, of aan het kosmische licht of aan god of aan de bron. Ook dit is heel persoonlijk. Het moet iets zijn waar jij je probleem vol vertrouwen bij achter kunt laten.
Als je dit doet, zal je merken dat er dan iets transformerends gebeurt. Wat en hoe weet je alleen nu nog niet. De kunst is om je open te stellen voor je intuïtieve ingevingen of voor ‘toevallige’ gebeurtenissen die op je pad komen.

5 Ik besef dat het gevoel, hoe ‘kinderachtig’ ik het ook vind, van het gekwetste kind in mij is, en dus vol compassie benaderd mag worden en erkend mag worden. Het is niet kinderachtig, het is van het kind in mij.
Het is belangrijk te beseffen dat het kind in mij echt een andere Ik is dan de volwassene in mij. De volwassene kan relativeren, vanuit een helikopter naar het kind(gevoel) kijken. Beiden hebben een functie die essentieel is om ons ‘heel’ te voelen.

Met stap 5, erkennen van het kindgevoel, ben ik weer aangekomen bij stap 1: ‘Het gevoel mag er zijn’.

(*) Dezelfde stappen kun je zetten voor alle gedachten die je hebt over jezelf of de ander. Als je er goed naar kijkt zijn deze vaak oordelend. Ook deze mogen er zijn en hoeven niet te worden opgelost, maar kunnen wel overgegeven worden, in het vertrouwen dat ze zullen transformeren.

In deze link (PDF) vind je een visualisatie naar de wijze die we in onze eerstejaars trainingen bij de SPSO gebruikten. Deze kun je gebruiken voor stap 4.

Cornélie Spijkerboer